Tuinmuur

 

Toen.....

Morgendauw droogt

in de prille stralen

van de nieuwe dag.

Witte bloesem van de

Doyenne du Comic

straalt pronkzuchtig

op het rozerood.

 

Takken zijn

zorgvuldig

opgebonden.

Wortels zuigen

gulzig het leven

in zich.

 

Nu....

is er alleen 

nog maar

de muur.

Omspalkt

met dikke balken

neemt hij

de tijd

nog even

bij de neus.

a Wither shade of pale

Procol Harum, 1967

 

Gonzende ruimtes

spookachtige gezichten

witter dan bleek.

Weggewaaide plafonds

geschudde speelkaarten

Vestaalse maagden

op weg naar de kust.

 

Een hemelsblauwe middag in juni.

Ik was blad aan het plukken

in een oude kas die kreunend

aan zijn laatste jaren toe was.

Het lucht hoog gestoken

de handen verworden tot

groen gepantserde klauwen.

 

Transistorradio op de betonnen

kasvoet, afgestemd op Veronica

speelt de nieuwste muziek.

Toen opeens was het of ik

een klap voor mijn kop kreeg

en mijn bloed pompte sneller

dan bij mijn eerste verliefdheid.

 

Het waren de engelen zelf die

een band hadden gevormd,

hemelse klanken wervelden

door de kas en tranen liepen

over mijn wangen die groene

strepen werden toen ik

ze probeerde weg te vegen.

In trance zat ik op de pijp.

 

Straks gauw mijn handen

wassen, met bleek en

koffiedik, andere kleren 

en brillantine in het haar.

Snel op de fiets naar

Joop Loch voordat de

single is uitverkocht.

 

Later werd ik wel vaker

geraakt door het eerste 

horen van muziek.

Stones, The Golden Earrings.

Maar de intensiteit

van deze ervaring heb

ik nooit meer gehad.

 

Nu in 2016 staat het nummer

rond de 100 op de eeuwige

lijst van de beste muziek.

Nog steeds als ik het hoor

voel ik een prettige

kriebeling en lijkt het

bloed even sneller

te stromen.

Sla snijden

 

Zondagavond......

Nog even naar het hotel

op de Puch.

Haren wapperend in de wind

meissie achterop

handen geklemd

om je buik

je bent je eigen held.

 

Maandagochtend.....

Watten in het hoofd

het lichtsnoer

werpt onwerkelijk schijnsel

over de natte sla

oliebroek aan

mesje in de hand,

je bent ook nu een vent.

 

Acht uur....

Zo... de laatste krop

alles ingepakt

geladen op de schuit.

Nu een bakkie

melk en suiker

zijn meegekookt.

En dan tomaten dieven.....

Mijn Westland

 

Land van opgestroopte mouwen

hard werkende mannen en vrouwen.

 

Land vloeiend van melk en honing

maar de mens altijd koning.

 

Land van stevig uitgaan

maar als het moet er staan.

 

Land van gerechtigheid

maar ook barmhartigheid.

 

Land van elkaar beschermen

zich over de zwakkeren ontfermen.

 

Land van gastvrije harten

troosters bij smarten.

 

Land van een menselijk geluid

dat zich niet door hekken omsluit.

 

Land van samen delen

als het moet met velen.

 

Dat is mijn Westland

glazen huis

mijn thuis.