in de plassen

dansen spetterend

regenlaarsjes

op het gras

een wit veertje – gevallen

uit de hemel

op de horizon

tussen blauw en blauw

witte zeilen

 

 

in het water

kijkt een gevallen maan

mij aan

 

 

in het water

tekenen meerkoeten rimpels

op mij

 

 

lenteochtend-

een lange schaduw

loopt voor me uit

 

 

lentewandeling

tussen pouplierenblad

het volgende dorp

 

 

stilletjes zitten

zij daar, veren gevouwen

- winterkoninkjes

 

 

 

winterregen vlaagt

de straten nat, paraplu's

banen zich een weg

 

 

de takken wuiven

elke keer opnieuw wuiven ze

naar de windvlagen

 

 

 

zonneschijn achter

de molenwieken, schaduw

telkens weer en weer

 

 

 

zonder bewegen

vangt hij het maanlicht de

kale appelboom